
Ik vraag me altijd af of de doden alwetend en alziend worden en ons dus ook zien op het toilet of in bed met een mooie man of onze ook soms minder verlichte gedachten kennen. Ik weet niet of het veel uitmaakt.

Ik vraag me altijd af of de doden alwetend en alziend worden en ons dus ook zien op het toilet of in bed met een mooie man of onze ook soms minder verlichte gedachten kennen. Ik weet niet of het veel uitmaakt.

We passen niet in een perfect doosje ergens in een kast. Doorgaan met het lezen van “doosje”

Zo is het leven wel: als ik zekerheden voor mezelf heb uitgestippeld, wordt me vlug door het leven duidelijk gemaakt dat ik helemaal niets zeker weet (en zekerheden nog het minst van al). Doorgaan met het lezen van “zeer zeker”






Doen alsof ik me kan voorbereiden op nog maar eens een einde voor het begin echt begonnen is. Doorgaan met het lezen van “ik wil geen verhalen herhalen”





