
we moeten onszelf blijven proberen zaaien
als een klavertje vier

we moeten onszelf blijven proberen zaaien
als een klavertje vier

op het pad zie je de route niet altijd

het leven meer proberen te leven dan te denken

iedereen zit zo geplooid in zijn kleine volle leven

Vandaag zag ik vanuit de tram een jong meisje wandelen naast een oudere vrouw, misschien haar oma. De vrouw had haar hand op de schouder van het meisje gelegd en was prachtig. Ze was magnetisch, heel mooi gekleed en met een ongelooflijke uitstraling. Ik bedacht me dat ik graag zoals haar zou zijn, later. Liefdevol, mooi op een manier die niets met het veinzen van jeugd te maken heeft en helemaal zichzelf. Ik wil ook nog op mijn zeventigste op een zaterdagnamiddag in het stad slenteren naast iemand die ik graag zie. En dan uitstralen: ik ben vreugdevol hier, ik heb tijd en veel te geven.
Ik vond het zo leuk dat ik merkte dat ik liever de vrouw met de grijze haren wou zijn dan opnieuw het meisje. Ik was nieuwsgieriger naar haar en haar – het kan bijna niet anders – kleurrijke leven.
Het is een leuk besef, dat ik iets heb om naar uit te kijken en naar te streven, en niet terug verlang naar een versie van iets dat me al gegeven is.

i am done with dicks
but not with penises

verlangen is een leeg huis
met een prachtig uitzicht

je bent een mooie zoeker maar
zwemt veel te graag
enkel in je eigen diepte

hij zit er nog, bij mij.
stel je het wonder voor,
dat ik er ook zit, bij hem.
en we naar elkaar willen.

het dromen is ze
waar maken

een bloem zien en de vreugde krijgen
ik heb er niet eens mijn armen voor moeten uitstrekken

ik weet niets zeker,
behalve dat ik het wil eren
door het tenminste te proberen

hoe groot zou mijn ziel nu al zijn
hoeveel kan ze nog groeien

ik geef zoveel water maar
we blijven zo’n dor landschap

vandaag was ik proactief treurig
je antwoordde nog niet