
hij zit er nog, bij mij.
stel je het wonder voor,
dat ik er ook zit, bij hem.
en we naar elkaar willen.

hij zit er nog, bij mij.
stel je het wonder voor,
dat ik er ook zit, bij hem.
en we naar elkaar willen.

het dromen is ze
waar maken

een bloem zien en de vreugde krijgen
ik heb er niet eens mijn armen voor moeten uitstrekken

ik weet niets zeker,
behalve dat ik het wil eren
door het tenminste te proberen

hoe groot zou mijn ziel nu al zijn
hoeveel kan ze nog groeien

ik geef zoveel water maar
we blijven zo’n dor landschap

vandaag was ik proactief treurig
je antwoordde nog niet

en ik blijf maar berichten sturen naar mannen –
ze hebben jammer genoeg altijd al andere plannen

een bloem en de wind dat is toch altijd
een zacht wiegen op de schoonheid

die geurige seringen zijn als een leven in bloei –
de kleuren waarin ik me thuisvoel

ik wou nooit het aangelegde tuintje
wel de wilde bloemenpracht –
onkruid en leven
in een vrije dans
met de schoonheid

vandaag was het moeilijk ontwaken
maar toen was er de bloem
het ruisen
en jij

je bent klaproos en korenbloem –
een weelde om te koesteren

ik wil terrassen
met wilde grassen
en jij in mijn armen

ik zoek een lief verlangen