
een bloem en de wind dat is toch altijd
een zacht wiegen op de schoonheid

een bloem en de wind dat is toch altijd
een zacht wiegen op de schoonheid

die geurige seringen zijn als een leven in bloei –
de kleuren waarin ik me thuisvoel

ik wou nooit het aangelegde tuintje
wel de wilde bloemenpracht –
onkruid en leven
in een vrije dans
met de schoonheid

vandaag was het moeilijk ontwaken
maar toen was er de bloem
het ruisen
en jij

je bent klaproos en korenbloem –
een weelde om te koesteren

ik wil terrassen
met wilde grassen
en jij in mijn armen

ik zoek een lief verlangen

kan het dan toch
dat je iets goeds bent
(niet in theorie maar)
in ons raken

mijn geheugen en haar onleesbare houdbaarheidsdatum

Ah, de zoektocht naar de prins op het witte paard. Vol avontuur, kleerscheuren en hindernissen. En dan, eindelijk, vind je hem. Hij is knap en charmant. Gevoelig. Alles waar een meisjeshart sneller van gaat slaan. Maar na een tijdje blijkt hij toch niet zo adellijk te zijn, en zijn paard is – o horror! – eigenlijk een witgeverfde ezel.
Drie mannen waar je maar beter het bed niet mee deelt
1/ De het-gras-is-altijd-groener man
Deze man is geen typische player maar iemand die wel degelijk relaties aangaat en er vaak lang in blijft. Alleen is hij nooit echt tevreden, een eeuwige twijfelaar. Is er daarbuiten niet iemand beter? Dus is hij rusteloos en kiest hij nooit echt voor de vrouw waarmee hij een relatie heeft. Dan kan je als zijn wederhelft het gevoel krijgen dat je “de veilige keuze” bent. Een vangnet, een zekerheid.
Mijn advies? Pull zo snel mogelijk een *NSYNC en zeg luid en trots “bye bye bye!”. Doorgaan met het lezen van “Drie mannen waar je beter het bed niet mee deelt”

Onlangs was ik in het postkantoor met heel wat pakjes (dankzij jullie, dankjewel) en ik had zelfs mijn sexy rode boodschappentrolley op wieltjes mee wegens papier dat zwaar is en al die pakjes en ik probeerde daar wat onhandig een zware doos uit te halen en dat lukte niet echt goed en dan heb ik aan een daar wachtende vrouw gevraagd om me te helpen en ze was zo lief dat te doen en ze was nieuwsgierig naar al die pakjes en ik zei dat ik schrijfster was en net een nieuwe bundel uit had en ze vroeg of ik bekend was en ik wist niet zo goed wat te zeggen en ik zei dat dat afhing van aan wie je het vroeg.
En is dat niet zo voor ons allemaal? Dat wat, wie we zijn afhangt van aan wie je het vraagt. Er zijn mensen die me lief vinden en er zijn zeker ook een aantal personen die dat absoluut niet van me vinden. En ergens tussen die meningen zit ik in een roze zetel, me af te vragen of ik bekend ben en wat dat betekent.

en als mensen ons samen zien
hoop ik dat ze nieuwsgierig zijn naar
hoe we ons tot elkaar verhouden
(dat ben ik ook)

ik denk dat goed niet kan zonder moed
(’t is daarom dat ze rijmen)

rare tijden,
ik kom eraan!