
Auteur: Ruth Van de steene
42

ik probeer gewoon de liefde waardig te zijn denk ik
Parijse gedachten, deel II

En dan wil ik op zoek gaan naar mijn weg en geluk vinden en zelfstandig en onafhankelijk zijn, maar kan het zijn – o de horror – dat ik misschien ook wil waar de anderen voor hebben gekozen: een vriendje? Dat dat ontbreekt? Ik denk dat het niet zo zwart-wit is; net als het zo kan aanvoelen dat ik nu een vriendje nodig heb, kunnen anderen het gevoel hebben dat ze een kindje nodig hebben. Om dat vraagteken op te lossen, dat onvatbare daar, dat gemis van verbondenheid. Het kan zijn dat het opvult, ik hoop het ook. Maar misschien is dit ook gewoon deel van leven. Steeds met alles verbonden zijn, en toch ook soms die grote eenzaamheid voelen. Zijn we met z’n allen op zoek naar de onvoorwaardelijke liefde? Ik denk dat ik vooral ook gekend wil zijn. Opgemerkt.
Insecurity

I used to be afraid to no longer be insecure, afraid it would be replaced by arrogance and insensitivity. I know now this is not true. I know now that it is insecurity that can make you arrogant and insensitive. I know that insecurity can make you inaccessible, can stop every good thing that people feel about you from coming in. It can make you stop seeing yourself. The door is always wide open, however, for the bad things. Insecurity blocks out the good but invites the bad in as if it were a long lost friend.
41

watch us come true
Parijse gedachten, deel I

Alles wat we doen is één groot antropologisch experiment. Is uitdrukking geven aan onszelf. Tonen wat je maakt aan anderen is ook een vorm van een open hart.
En zoals dat gaat met hoop en dromen, maken ze mij al gelukkig nog voor ze in vervulling zijn gegaan. We gaan immers heel ons leven, stap voor stap, in vervulling.
40

verliefdheid –
ik maak van jou teveel
en van mij te weinig
39

my friend and i both worry about money.
she worries because she has it;
i worry because i don’t.
38

het is ongelooflijk, hoe zeker ik kan zijn van de schoonheid van het delen in het moment, en hoe stilte alles in twijfel trekt.
37

bij jou
wil ik niet bij een ander zijn.
36

degenen met de oogkleppen zeggen aan degenen zonder dat ze niet goed zien.
35

maar ook ik kan proberen om liefde te geven als een cadeau, en niet als een verwijt.
Weerloos

Het is ook een gebrek aan eigenliefde denk ik, het te veel. Roekeloos zijn met je hart. Het is zo’n teer en weerloos geschenk, liefde. Het smijten op een ander, dan riskeer je dat het breekt bij de landing. En het is dan niet juist om de ander er de schuld van te geven. Hij was misschien gewoon niet voorbereid, niet klaar om op te vangen. Niet zoveel ineens.
34

it is in my complete and utter doubt
that i know for sure who i am
33

ik ben blij dat jij was wat ik nodig had
