
zitten ze allemaal in een flatgebouw bij mij vanbinnen?
wie zit er het diepst?

zitten ze allemaal in een flatgebouw bij mij vanbinnen?
wie zit er het diepst?

dat zijn juist de dapperen
de b e ve rs en de zweters

als het leven wringt
is dat omdat er meer in zit

ik wil er de schoonheid uit blijven drinken
het is zo moeilijk om niet te slokken

gulzigheid is tegelijkertijd een erkennen en ontkennen
van eindigheid

ik perste er de drie druppels schoonheid uit
jij wou er niet eens van drinken

het is geworden

een klein kopje lust
lest de dorst niet

een wakker leven kan maar
met heel veel slaap

dat is juist het mooie eraan het is altijd met
overlopen

zacht / is / aandacht

het verlies van jou en mij
daar zit een keuze tussen
(niet meer naar de ander gaan)

het vertrek van onze intimiteit –
misschien voelde het eerst als wegstromen,
en is het nu aan het druppen en
het druppen doet pijn

er zijn de dingen waar je door moet
en de dingen waar je door wil

dat ik bij mezelf was bij hem