
het is zo moeilijk te geloven
al dat er is
maar dat je me niet wil tonen

het is zo moeilijk te geloven
al dat er is
maar dat je me niet wil tonen

daarin verschillen we –
ik word hongerig wakker

ik probeer altijd een datum te prikken met het wonder
maar het komt nooit goed uit

dat je onze deur op een kiertje zet
wil dat zeggen dat je ze ooit gaat openzwieren

een beetje opruimen in mijn binnenste,
eindelijk loslaten wat ik ben ontgroeid.

het wonder wacht op mij
maar
heeft niet gezegd waar

ik loop het wonder achterna
soms haal ik het in

ik ben dan wel de schrijfster maar jij
geeft me zoveel zin

we
vechten vrijen dansen botsen
en dan opnieuw

we kennen het gevecht daar hebben we onze maskers onze schilden.
dat is het juist. teder is weerloos. dus we vluchten.

maar kijk, ik ben een beetje verdwaald.
weet niet of ik even moet stilstaan en wachten op een gids,
of alleen verder moet dwalen.

het is een morsig verhaal, het onze
en ik denk niet dat ik de verteller ben

ik mag niets van je verwachten
dan maar poëzie schrijven over het smachten

je bent een uil
en ik blijf maar kaarsen en brillen
naar je kop smijten

het is altijd morsig als er leven in zit –
dat zijn mijn lievelingsdrankjes