
jij
dichtbij
en al mijn water klutst

jij
dichtbij
en al mijn water klutst

ik kan je nog zo laten weken
je blijft aan me plakken

in de liefde is de rede
als een reddingsboei in een woestijn
en toch
zo vastklampen

mijn lichaam –
ik vind meestal dat ik mooi woon
en toch
soms rammel ik nog
met mijn eigen ramen
wil ik er uit ontsnappen

een vrouw in herstel –
zijn we dat niet heel ons volwassen leven een beetje

misschien zijn onze wonden
compatibel met onze monden

het is zoals alles bij ons, vol tegenstrijdigheden –
omdat je zo diep bij me zit, kom je steeds opnieuw bovendrijven

en hij schiet nog altijd in mijn knieën
en hoe heerlijk want de rede heeft daar niets over te zeggen.
mijn lichaam praat veel luider.

het regent een beetje buiten en tussen mijn benen.
dat is goed, dat voedt het leven.

in de liefde altijd die neiging om herkenning te zoeken
te copy pasten,
en dan netjes willen categoriseren in goed en slecht.

dat de onderstroom van alles liefde is.

dat is de uitdaging hé,
blijven zien hoeveel schoonheid er is.

laat me je raken
ik wil je in de vingers krijgen

met een open hart
gaat het er nooit stinken

jij en ik komen van andere bomen
en toch
zo’n nabije takken