
alleen begin ik je te verzinnen
en vind ik je niet meer zo charmant

alleen begin ik je te verzinnen
en vind ik je niet meer zo charmant

ik hoor je een paar dagen niet ik herlees wat ik schreef over onze kleine lange geschiedenis ik geef je dialoog in mijn hoofd het gaat van absoluut niet naar absoluut wel ik denk dat ik je helemaal heb verzonnen ik wil geen woorden meer in je mond leggen
ik wil niet de taal
ik wil het waargebeurde verhaal.

en dan kijk ik naar een andere mooie man en ik zie het zo duidelijk, zijn kwetsbaarheid.
bij jou zie ik het niet ik zie nu enkel nog het kunnen kwetsen.

ik wil ja tegen je zeggen
het is er een vol goesting
(maar je moet het me vragen)

het voelt als ondanks alle twijfels onzekerheden angsten wanorde, dat troebel water met al die shit erin, dat de ja er toch door is gezwommen, naar de overkant.

allé hup we zullen het maar nog eens analyseren zeker,
om er erna nog minder van te snappen.

ik heb me niet meer geschoren sinds we elkaar zagen
het begint wat uit de hand te lopen

ik waad door mijn angsten maar
heb wel een mooi kleedje aan

als we het aandurven om het uit te broeden,
denk ik dat er iets moois in ons eitje zit.

ah, ik denk dat ik er ben,
op dat cruciale punt dat het ofwel
over ofwel zover is

zouden beestjes wel altijd gezond eten

ik weet niet wat er nu bij jou blijft hangen
de ja of de nee

door te woelen door je haar
lig ik nu te woelen in mijn bed

ik haat de flinke dagen –
ik wil samen prutsen en morsen
zodat we samen kunnen dutsen en oplikken

de belangrijke vragen –
heb je goesting
hoe ga je hem vastpakken