
ik durf je nog geen drankje aan te bieden
want ben zelf een plasje –
wil niet liever dan dat je me oplikt

ik durf je nog geen drankje aan te bieden
want ben zelf een plasje –
wil niet liever dan dat je me oplikt

de stroom
en wij die samen drijven
op het schoon en de schrik

kwetsbaar zijn we allemaal denk ik.
’t zit ‘em in het kwetsbaar doen.

tegenwoordig zijn m’n onzekerheden soms zelfs klein genoeg
om gewoonweg & achteloos van de tafel te flikkeren

ik droom van een grote liefde en
een deep clean van mijn badkamer

dan is de uitdaging om de schoonheid niet pas te beseffen
als het verdriet er al is

toe –
vraag me te klooien, samen.

misschien wacht ik op: ik de boeken, hij de leraar.

maar misschien is het leven reden genoeg.

als de diepte komt bovendrijven

de rede heeft er zo weinig mee te maken,
het enige dat het kan doen is het proberen inperken,
platdrukken in een tupperware-doosje.

bij jou zijn zelfs m’n woorden gulzig

ik heb het je met mijn ogen
zo beleefd mogelijk proberen vragen –
jij en onze lippen
alsjeblieft

in mijn beeld van liefde
zit altijd beven

in mijn onzekerheid word ik soms hard.
krijg ik olifantenpootjes.