
wat met al die dingen
die nooit mooi zijn geweest

wat met al die dingen
die nooit mooi zijn geweest

je kijkt in mijn ogen
maar het zijn mijn wangen
die hallo zeggen

we vergeten veel te vaak
dat we het ook kunnen vragen –
een beetje te worden gedragen

we hebben allemaal onze eigen drempels
en onze eigen tempels

ik spreek van toen en wij
hopend dat jij er weer toekomst van wil maken

ik kan niet slapen heb te laat
een koffie en verdriet gedronken

het is die lege naam
die we allemaal krijgen
maar ook heel snel verliezen –
Nieuw

geen overvloed
zonder overgave

als we vallen als volwassenen
wordt het ons nog zo weinig gevraagd –
waar doet het pijn

een leven is ook veel onzin ontleren
die anderen over jou vertellen

wat doet een blik veel met wat het ziet

je bracht de heerlijke zin
zonder woorden
van jouw lippen
naar de mijne

Een sukkelaar zijn, dat betekent wachten. Nummertjes trekken in tl-verlichte ruimtes. We zitten er allemaal samen oogcontact en schaamte tevergeefs te proberen vermijden.
Maar gelukkig is hier ook zachtheid, humor zelfs. Want we weten het wel. We zijn allemaal sukkelaars, en velen denken dat dit een keuze is. Dus laat ons tenminste de put niet dieper graven voor elkaar.

ik zit zoveel te prutsen met m’n haren en
mijn lievelingsplant heeft te veel bruine blaren
we worden verondersteld gezond te sterven
maar ik ben zo gulzig
wil te veel
zalige zuchten

je bent de enige bij wie het me niet kon schelen –
al die as op mijn mooi terras