
als je het wonder in angst dipt,
valt het uit elkaar

als je het wonder in angst dipt,
valt het uit elkaar

jij en ik en dan
al dat zweven ertussen

dat is het juist: enkel overlopen zorgt ervoor
dat je niet opdroogt

de vreugde van het leven ligt misschien wel
in de overvloed

je bent alles dat niet schaars is
zo overvloedig met het leven

de geilige waanzinnetjes
ze rijmen met jouw naam

bij jou dat is het goede nat

goddank het verlangen
wrijft weer tegen me aan
– jeuk

alles nat
geen handdoek te bespeuren
– verlangen

welkom in de maturiteit

soms verkloot je het soms ben je
een verzachtende omstandigheid

ik heb te veel twijfel gegeten er kan
niets meer bij
– vol

zat je in mijn bus dan was je een uitnodiging
voor schoonheid

ik ben benieuwd naar onze eerste vijf seconden

het doet toch zeer, over hem denken in tegenwoordige tijd.
in zijn ander leven.