
zien
en zo
kennen

zien
en zo
kennen

je liefde is zo zacht
dat ik ze kan strelen

hij komt me halen, dacht ik,
zoals ik al heel vaak heb gedacht

het is maart
ik baad in het zachte licht van de werkelijkheid en
alles is goed

ineens stond ze voor me, de schoonheid.
ze moest me vertellen wie ze was
niemand had me haar naam geleerd.

wachtkamer –
er liggen al zeven haren op de betonnen vloer,
samen met mijn geduld.

we zijn allemaal dutsen;
dutsen met duizend talenten

wens –
aan de liefde blijven haperen
in mijn lievelingskleren

zoveel zeeën in mij

als je tijd hebt, kijk je dan even
of jouw verlangens overlappen met de mijne?

op zoek naar de liefde van een ander
kwam ik de jouwe opnieuw tegen

(een open hart dat zijn twee vleugels dan kan je vliegen)

het is zo lang geleden
dat je me iets leerde,
dat ik je begeerde –
ik wil het allemaal opnieuw

en ik blijf bloemen kopen en hopen.

ik heb geprobeerd je helemaal op te drinken
ik heb me niet één keer verslikt