
ik zit nog steeds in je zetel en
je kijkt naar me maar ziet enkel jezelf
ik weet steeds minder waarom ik hier ben
maar ik blijf

ik zit nog steeds in je zetel en
je kijkt naar me maar ziet enkel jezelf
ik weet steeds minder waarom ik hier ben
maar ik blijf

je armen als de zachtste
landingsbaan

en we doen ons best en
mogen ook wel wat struikelen
over ons eigen prutsen af en toe

het leven is een spel en ik ben
mijn bladje met de cheat codes kwijt

het is ook zo in mijn hoofd –
zelfs als je vrij bent om te kiezen waar je naar kijkt,
kies je soms expres iets vreselijks

ik denk dat het leven zit in het sukkelen

ik denk mijn gevoelens
’t is iets met kop noch staart
wel alles ertussenin

al die mannen die kiempjes in me hebben gepland
al die verschillende oogsten

als het van me af te lezen is
en hij me dan voordraagt

jouw vingertoppen en mijn schouders.
ik mag ervan dromen.

voorlopig enkel stilte.
dat voorspelbaar en laf antwoord.

gelukkig dat ik ze toch ook heb, mijn grenzen.
ze liggen gewoon op onverwachte plaatsen, onder struiken.
je ziet ze niet vanop afstand.

vol vertrouwen of tenminste halfvol vertrouwen.
dat het moeilijk is en dus de moeite.

het onuitgesprokene … het heeft me al doen wankelen
maar ik ben er nog niet over gevallen

zo moeilijk om tijd te maken voor tijd maken.
het zit allemaal te vol. en zelfs al is het met allerlei lekkers,
daar krijg je evengoed buikpijn van.