
mijn rok spant maar
mijn leven niet

mijn rok spant maar
mijn leven niet

schrijven als een beverig zelfportret met Parkerpen

gestaag talmen
zo komen we dichter bij elkaar

ik ben een vol bundeltje mens

ik ben geen domme gans
als je mijn liefde niet wil
ga ik ze niet door je strot rammen

we hebben allebei een gele muts
maar zij heeft ook hem

eigenlijk toch zot dat onze huid waterdicht is
(is dat omdat tranen anders niet zouden kunnen stromen)

ja, ik wil meer
minder doet zeer

wordt het zo’n dag
waarop ik in lui zelfbehoud
naast het nieuws kijk,
beslis enkel de schoonheid te zien

dat er na het strompelen wel weer een glijbaantje komt.
en misschien zelfs een zacht duwtje en een opvangen.

wat vraag je veel van me
door zo weinig te geven

zonder gevoel
cool
maar dan zie je enkel
mijn smoel

je bent niet automatisch een goed mens omdat je al geraakt wordt door een veertje op het voetpad. het is hoe we ernaar handelen, denk ik.

als ik plons,
en ik ben een spons,
wat neem ik dan op en
wat glijdt van me af

ik vertrouw geen enkele zin
die zeker is van zichzelf