
ik waad door mijn angsten maar
heb wel een mooi kleedje aan

ik waad door mijn angsten maar
heb wel een mooi kleedje aan

als we het aandurven om het uit te broeden,
denk ik dat er iets moois in ons eitje zit.

ah, ik denk dat ik er ben,
op dat cruciale punt dat het ofwel
over ofwel zover is

zouden beestjes wel altijd gezond eten

ik weet niet wat er nu bij jou blijft hangen
de ja of de nee

door te woelen door je haar
lig ik nu te woelen in mijn bed

ik haat de flinke dagen –
ik wil samen prutsen en morsen
zodat we samen kunnen dutsen en oplikken

de belangrijke vragen –
heb je goesting
hoe ga je hem vastpakken

en als er iemand is die dit alles gaat saboteren
laat het dan tenminste niet ik zijn

vanavond –
in plaats van mijn gymnastiekoefeningen te doen
denk ik terug aan de onze

ik ben nu eenmaal ook een vrouw van
heet en bloed

ik probeer al heel mijn leven de kunst te verfijnen
van niet weglopen van wat me bang maakt en
goesting geeft

ik denk altijd: nu gaat hij gillend weglopen
(of ben ik het)

goddank dat ik niets te zeggen heb over zijn keuzes

zelfs de tranen al,
wat doen de tranen hier al