
ik ben een beetje moe van het rondkijken, scannen, proberen met mijn gevoel te zijn als die metaaldetectoren op het strand, op zoek naar schatten. ik weet niet of mijn detector nog goed werkt. ik heb hem misschien al wat te veel gebruikt.

ik ben een beetje moe van het rondkijken, scannen, proberen met mijn gevoel te zijn als die metaaldetectoren op het strand, op zoek naar schatten. ik weet niet of mijn detector nog goed werkt. ik heb hem misschien al wat te veel gebruikt.

maar op den duur ga ik het nog beginnen geloven,
dat ik echt niets mag verwachten van een man.
da’s geen schone religie.

verdriet zit altijd klaar
als een reservespeler
die nooit weet
wanneer het zijn beurt is

jezus was ook niet rendabel

als dit is hoe je iemand behandelt die je leuk vindt
begin me dan maar snel te verafschuwen

ocharme excuseer
sneed je je tere voetjes
aan mijn gebroken hart

de protestposters aan de deuren beginnen te verkleuren
maar het schaamrood op de wangen van de grote mannen
is nergens te bespeuren

het is zo moeilijk te geloven
al dat er is
maar dat je me niet wil tonen

daarin verschillen we –
ik word hongerig wakker

ik probeer altijd een datum te prikken met het wonder
maar het komt nooit goed uit

dat je onze deur op een kiertje zet
wil dat zeggen dat je ze ooit gaat openzwieren

een beetje opruimen in mijn binnenste,
eindelijk loslaten wat ik ben ontgroeid.

het wonder wacht op mij
maar
heeft niet gezegd waar

ik loop het wonder achterna
soms haal ik het in

ik ben dan wel de schrijfster maar jij
geeft me zoveel zin