
ik denk dat het leven zit in het sukkelen

ik denk dat het leven zit in het sukkelen

ik denk mijn gevoelens
’t is iets met kop noch staart
wel alles ertussenin

al die mannen die kiempjes in me hebben geplant
al die verschillende oogsten

als het van me af te lezen is
en hij me dan voordraagt

jouw vingertoppen en mijn schouders.
ik mag ervan dromen.

voorlopig enkel stilte.
dat voorspelbaar en laf antwoord.

gelukkig dat ik ze toch ook heb, mijn grenzen.
ze liggen gewoon op onverwachte plaatsen, onder struiken.
je ziet ze niet vanop afstand.

vol vertrouwen of tenminste halfvol vertrouwen.
dat het moeilijk is en dus de moeite.

het onuitgesprokene … het heeft me al doen wankelen
maar ik ben er nog niet over gevallen

zo moeilijk om tijd te maken voor tijd maken.
het zit allemaal te vol. en zelfs al is het met allerlei lekkers,
daar krijg je evengoed buikpijn van.

ik heb zoveel mogelijk van je gedronken
en als er iets pijn deed de dag erna
dan enkel de goesting naar nog

hij heeft zoveel demonen
in vergelijking zijn de mijne een gezellig theekransje

ode aan de mislukte kapitalistjes –
er zit geen verwondering in centen

ZOT DROMEN bestaat er een andere soort.

ik was in mijn hoofd
aan het zoeken naar jou
ik vond je daar in mijn lievelingszetel
ik mocht erbij