
ik moet wel eerst naar je toe zwemmen
zodat je me in je bootje kan trekken

ik moet wel eerst naar je toe zwemmen
zodat je me in je bootje kan trekken

en nu, achteraf, praat ik met mezelf
en hoor ik het verschil niet
tussen leugen en waarheid

krijg ik dan eindelijk een droom –
geef mijn angsten twee seconden
en ze maken er een nachtmerrie van

ik zit weer in de waarheid, goddank.
de vriendschap heeft me weer in de waarheid getrokken.

dat is toch de grap soms –
hoe onmenselijker hij doet,
hoe meer ik er een god van maak

de onzekerheid is alweer veel te vlug
leugens in mijn oor aan het fluisteren

ah twijfel, daar ben je alweer
ik mag nog zoveel verhuizen
je weet me altijd te vinden

maar kijk, dat weet ik niet –
hebben we dezelfde korte samenvatting van ons verhaal

het enige dat ik weet
is dat je me honger geeft
en ik zin heb
in een tweede portie

laat het allemaal maar landen
en kijk dan of hij ook in het vliegtuig zit

we drinken wijn en
je giet verlangen over alles

ik ben door m’n angsten geploeterd
ik hoop dat hij me nu tegemoetkomt.

heerlijk, hemel en verdriet

zij en ik –
je vergelijkt de verkeerde dingen

ik ben terug –
het herkauwen kan beginnen maar heerlijk want
deze keer ligt er niets op mijn maag.