
kijk me aan tot ik mild ben

kijk me aan tot ik mild ben

ik ben nog steeds zo dichtgevouwen, soms.

er zit verlangen naar hem in mij.
voorlopig in een kamertje met de deur op een kier.


het leven is mooi
het enige dat achteruitgaat is mijn handschrift

ik hou wel van pratende lichamen maar ja,
ze zijn misschien niet altijd zo gemakkelijk te verstaan

en jij. het is de diepte zonder de kleerscheuren.

stilte is meststof voor distels

de tranen niet constant weglachen

ik weet niet hoe je me ziet
hoeveel ervan vrouw is

m’n noorden weer zoeken.
alles is verschoven

ik word echt een schaduwplant bij hem
er wordt niet meer gebloeid

’t is jammer
je mooi is zoals de boter
op verbrande toast

ik begrijp je ogen niet en
volgens mij is het gevoel
wederzijds