
En het voelen is zoveel groter nog dan het zien. En dan vraag ik mij af wat minnaars voelen.
Dat zien, dat kijken, hoe de werkelijkheid daar altijd voor moet wijken. Of dan voel ik me, zie ik me mooi, alleen, voordat ik ergens naar vertrek. Eindelijk. Maar dan ben ik zo overweldigd op die plek, dat ik me niet meer geborgen voel in mijn lichaam. Het barst uit zijn voegen, stroomt over, klopt over. En ik voel de schoonheid niet meer. Misschien ook het geen vat hebben op hoe anderen mij zien, en het gebrek aan feedback. Dan ben ik alleen met mijn vergrootglas.
Dan kan ik zo verwonderd zijn, als ik mooi gezien word. Wat ben ik er dankbaar voor, dat dat gebeurt.
