
En dan wil ik op zoek gaan naar mijn weg en geluk vinden en zelfstandig en onafhankelijk zijn, maar kan het zijn – o de horror – dat ik misschien ook wil waar de anderen voor hebben gekozen: een vriendje? Dat dat ontbreekt? Ik denk dat het niet zo zwart-wit is; net als het zo kan aanvoelen dat ik nu een vriendje nodig heb, kunnen anderen het gevoel hebben dat ze een kindje nodig hebben. Om dat vraagteken op te lossen, dat onvatbare daar, dat gemis van verbondenheid. Het kan zijn dat het opvult, ik hoop het ook. Maar misschien is dit ook gewoon deel van leven. Steeds met alles verbonden zijn, en toch ook soms die grote eenzaamheid voelen. Zijn we met z’n allen op zoek naar de onvoorwaardelijke liefde? Ik denk dat ik vooral ook gekend wil zijn. Opgemerkt.
Of een manier vinden, een manier vinden om het allemaal meer te laten doordringen. Van buiten naar binnen. Misschien vooral dat. Bewuster in de liefde staan.
Want dat is depressie denk ik, dat voelde ik ook terwijl ik een angstaanval had: het afgesneden zijn van alles en iedereen. Van het leven. Dat is onbeschrijflijk. En voelt als het einde, niet meer geraakt kunnen worden. Dus dan is het de kunst om de moed te hebben al dat grote voelen te omarmen en te verwelkomen, ook als het zeer doet. Dat voelt veel echter, veel meer als leven, dan isolatie. Daarom voel ik me ook zo leven in de liefde en de verliefdheid denk ik. Dan voel je alles door elkaar. Op een hoopje. Dan voel je leven. Ik zou het voor niets willen missen.
Al dit zwijgen dat ik soms krijg, de afstand en het afblokken, geven me soms het gevoel dat ik in een sluimertoestand verkeer tussen de ontmoetingen in. Dat ik niet in het echte leven sta. Ik sta er dan ook alleen, op die momenten. Dat is misschien hetgene dat niet ‘echt’ aanvoelt. Want voor mij is er altijd de ander. Maar hij is er niet. En dan kan ik moeilijk loslaten. Want het voelt niet als mijn keuze. Het voelt alsof er nooit echt voor is gekozen.
Ik snapte helemaal niet waar het goed voor was, me zo slecht voelen, op het moment dat ik me zo slecht voelde. Maar ondertussen zie ik er ergens wel het mooie van in. Op z’n mooist helpt het me om mijn grenzen te erkennen en er niet (meer) over te gaan; het is het immers niet waard. Om te begrijpen, minstens een beetje, hoe een ander zich voelt als die zich slecht voelt. Op z’n mooist maakt het me heel erg dankbaar voor geluk en lichtheid. Voor durven uitkijken naar iets en dromen. Voor durven geloven en toelaten dat het leven mooi is. Op z’n mooist komt er heel veel schoonheid uit voort. En ik ben heel blij dat ik niet meer in die donkere en zware periode zit. Misschien heeft ze me ook de moed gegeven om meer op mijn weg te beginnen gaan, deze laatste jaren. Omdat er eigenlijk geen alternatief is.
(2014)
